×

Sevagram

mevrouw Bodelier-Cransveld geboren op 22 november 1935

Wij kregen kauwgom...

Mevrouw Thea Bodelier-Cransveld, geboren in Lemiers leefde in een gezin van 5 kinderen waarvan er één jong is overleden. Zij woonden tegenover het oude kerkje van Lemiers.

“De komst van de Amerikanen, dat weet ik nog heel goed. Vader was op de mijn (Willem Sophie) en wij waren sokken aan het wassen toen vanuit Mamelis een jeep kwam aanrijden. Wij kinderen liepen er snel naar toe en kregen kauwgom, iets dat voor ons totaal onbekend was. ’s Avonds plakten we de kauwgom aan de ijzeren bedrand om er de volgende morgen weer op te kauwen. We leerden al snel “have you chewing gum?” te vragen.

Ook wij hebben Amerikaanse soldaten in huis gehad. Mijn moeder heeft hen de ouderlijke slaapkamer vrijgemaakt en is zelf met vader naar de zolder verhuisd. Ik weet nog dat één van de soldaten een lampetkan heeft laten vallen en daar erg over in zat. Met een stuk vlees heeft hij het proberen goed te maken.

De Amerikanen hadden een eigen gaarkeuken onder de poort van café Heyenrath in Lemiers. Wij kinderen hebben daar altijd van alles eetbaars gekregen. Toen de Amerikanen vertrokken, had één van hen mevrouw een Mariabeeldje gegeven dat ze nog altijd in haar bezit heeft en dat haar zeer dierbaar is. 

Twee huizen verder woonde het Joodse gezin Wijnhuizen dat tijdig was ondergedoken. De meubels werden voor een groot gedeelte op de zolder van de familie Cransveld opgeslagen. De Wijnhuizens hadden een dochter, Selma, die bijna even oud was als mevrouw Bodelier. Ze is na de oorlog naar Canada geëmigreerd. 

Dat op de Heuvel een ziekenhuis was, kan mevrouw Bodelier zich ook nog goed herinneren. In de bevrijdingsdagen is een jongetje uit Lemiers onder een auto van V&D dodelijk verongelukt. Het werd in het mortuarium op de Heuvel opgebaard.

Ook het verhaal van de V-1 op de boerderij van de familie Kremer in de Eschberg is haar bekend.

Op het eind van de oorlog liepen de Duitsers langs de huizen op zoek naar mannen die loopgraven moesten gaan graven. Haar vader was toen niet thuis en een aantal mannen uit de straat is toen de kerktoren van het kleine kerkje ingekropen.

Over de oorlog weet mevrouw Bodelier verder nog te vertellen dat ze geen gebrek aan eten hebben gehad. Haar moeder kwam uit Ingber en kon daar bij de boeren altijd genoeg eten halen. Verder hadden ze – zoals de meeste mensen – een eigen groentetuin.
 

0900 777 4 777

+