×

Sevagram

de heer Richterich geboren 20 februari 1934

Op het plein achter ons huis werden Amerikaanse voertuigen opgeknapt...

De heer Richterich woonde met zijn vader en moeder aan de Nieuwstraat in Kerkrade die tijdens de oorlog met draad (onderbroken door enkele poorten) was gescheiden van het Duitse deel. Hier had vader een koloniaalwarenwinkel met een groot plein erachter waaraan een aantal huizen lag die eigendom van de familie Richterich waren. Voor hun huis bevond zich ook de Hollendsje Zoll waar de tramlijn eindigde.

Wanneer het luchtalarm klonk, ging de hele familie naar de 200 meter verder gelegen ijzeren schacht van de Domaniale Mijn. Van de familie Richterich waren dat niet alleen vader, moeder en hun zoon, maar ook opa, oma en een broer van moeder. 

Omdat de schacht zelf bij alarm buiten werking was, gebruikten ze de trappen die via een platform telkens dieper gingen tot op 50 meter onder de grond. Daar was een lange gang van beton waarin ze zich veilig voelden. De schacht zelf was dichtgetimmerd voor de veiligheid van de in de gang spelende kinderen.

In deze schuilkelder was ook een radio. Vader Richterich had die gekregen van een Kerkradenaar die hem niet op tijd had ingeleverd bij de gemeente. Naderhand was hij bang verraden te worden en was daarom naar de winkel van Richterich gegaan. Op de vraag: “wat nu?” antwoordde vader Richterich “Breng hem maar naar mij”. 
Als in de schuilkelder naar de radio werd geluisterd en de kinderen luidruchtig waren, riep vader: hoad ins de moel! 
Volgens Richterich hebben ze vaak en lang in de schuilkelder gezeten.

In deze schuilkelder hoorden ze op 25 september 1944 dat ze moesten evacueren en dat dit die dag moest gebeuren tussen 04.00 uur en 12.00 uur. Gedurende die tijd zou er een staakt-het-vuren gelden. 

Omdat ze maar 200 meter van de schuilplaats vandaan woonden, werden snel de noodzakelijke spullen op een trekkar geladen en gingen ze onder begeleiding van een Duitse officier richting Spekholzerheide.

Onderweg zagen ze dat een van de weinige geasfalteerde wegen vol gaten zat. Op de vraag van vader waardoor dat kwam antwoordde de Duitse militair dat daar bommen onder zaten die zouden ontploffen als er zware voertuigen overheen zouden rijden. 
In de buurt van Kaalheide nam de militair afscheid met de woorden: Jetzt müssen sie alleine weiter gehen. 

Bij de mijn Willem Sophie op Spekholzerheide zagen ze de eerste Amerikaanse soldaten. De tocht ging verder richting Imstenrade. Tegen 12.00 uur zagen ze boven de hagen al kanonlopen uitsteken en werden de beschietingen hervat. Een Amerikaanse soldaat liet de stoet stoppen en gebaarde dat ze hun vingers in de oren moesten steken om het geluid te dempen. Even later moest de stoet van de weg af en verder door de akker lopen. 500 Meter verder zagen ze dat rechts van de weg lichamen onder dekens lagen, de doden die getroffen waren door een Duitse granaatinslag.
“Vandaar zijn we via Ubachsberg verder getrokken naar Elckenrade (bij Wijlre) waar we onderdak hebben gekregen in de eerste boerderij aan de linkerkant.” 

“Nadat Kerkrade op 5 oktober was bevrijd, konden we weer naar huis. Wat opviel, was dat er ontzettend veel Amerikanen en evenveel voertuigen in Kerkrade waren, voertuigen zoals wij ze nog nooit hadden gezien. Bovendien lagen de straten vol met munitie tot wel een meter hoog. De huizen trilden als de voertuigen langs reden. Aan de Nieuwstraat hadden ze de draad helemaal platgereden.

De Amerikanen zijn lang in Kerkrade gebleven. Dat kwam omdat ze zich in Duitsland niet veilig voelden en daarom telkens van het front naar Kerkrade terugkeerden om te rusten. Kerkrade had in die tijd wel 80 cafés waarvan er vele gebruikt werden door de Amerikanen (bovendien was er op Rolduc een groot Amerikaans Restcenter).

“Op het plein achter ons huis werden Amerikaanse voertuigen opgeknapt. Dat trok veel bekijks van jongeren. Voor de kijkers viel daar ook veel snoep te halen. 

Vaak zagen we Amerikaanse soldaten die in de buurt logeerden met een handdoek om hun nek naar de Domaniale Mijn gaan om daar te douchen. 

Wij hadden thuis een piano. Op een dag stond één van de soldaten zich te scheren aan een vensterbank van een huis op het plein toen hij vanuit ons huis pianomuziek hoorde. Hij riep één van de jongens en zei: you sprechen Deutsch? Du muss fragen wer spielen auf piano. You fragen papa ob ich playen kan auf piano”.  Vader liet hem komen en toen hij de piano zag, begon hij een aantal klassieke stukken te spelen. Dat was wat anders dan Hänsel und Gretel wat we tot nu toe hadden gehoord.”

Marlene Dietrich
Op een dag liep de heer Richterich in druilerig weer vanuit school al springend over de hardstenen dorpels voor de woondeuren naar huis. Aangekomen bij hotel Bosten, op de hoek Hoofdstraat-Nieuwstraat, sprong hij tegen een dame met een militaire cape aan die net naar buiten kwam. Beiden knalden tegen de grond. In paniek riep de dame tegen de twee militairen die haar naar buiten gevolgd waren: ‘take him up and give him chocolate”. Eén van de militairen haalde uit zijn jas een doosje gevuld met chocolade. De dame in kwestie was volgens de heer Richterich Marlene Dietrich.

0900 777 4 777

+