×

Sevagram

de heer Joep Sterck geboren 9 december 1934

Die smekende blik om hulp staat nog vers op mijn netvlies, die vergeet ik nooit...

Joep Sterck werd geboren in de Vaalser jeugdherberg die in 1934 nog in de linkervleugel van het huidige gemeentehuis aan het Julianaplein was gevestigd. Deze jeugdherberg werd gerund door zijn ouders en maakte deel uit van de NJHC (Nederlandse Jeugd Herberg Centrale), een instelling die tot doel had (armere) arbeiderskinderen een vakantie aan te bieden. Voor 1940 was deze herberg al verplaatst naar het oude tramgebouw aan het Prins Bernhardplein. 

In de vroege ochtend van 10 mei in genoemd jaar dacht Joeps moeder dat er inbrekers in huis waren. Het bleken echter al Duitse soldaten te zijn die vermoeden dat er telefoons in het gebouw waren, reden waarom er twee soldaten achterbleven als bewaking.

Tijdens de oorlog heeft de jeugdherberg, waarin 100 personen konden logeren, onderdak geboden aan Duitse soldaten, aan de Hitlerjugend en (tegelijk) aan Nederlandse arbeiderskinderen. De heer Sterck merkt op dat de Nederlandse jongeren altijd voorrang moesten verlenen aan de leden van de Hitlerjugend. Na de bevrijding hebben er ook Amerikaanse soldaten gelogeerd en zelfs NSB-ers een tijdje gevangen gezeten.

De familie Sterck had een eigen schuilkelder in de herberg waar ze bij luchtalarm altijd naartoe gingen. “Ik heb in de oorlog meer in de kelder geslapen dan in mijn slaapkamer”, aldus Joep Sterck. “Als de geallieerden Aken bombardeerden, was mijn moeder erg nerveus en angstig. Het is in Vaals, in die tijd, ook herhaaldelijk misgegaan doordat de bommen niet op Aken maar in Vaals terechtkwamen. Zelfs het kerkhof aan de Seffenterstraat werd in de oorlog getroffen. De lijken lagen in het rond”, aldus dhr. Sterck. 

Veel angst veroorzaakten ook de Duitse V-1’s (zelfvliegende bommen).  “Als er een V-1 overkwam, moest je goed luisteren. Als je ze niet meer hoorde, moest je dekking zoeken”, aldus Joep Sterck.
Verder herinnert hij zich nog de voltreffer op het klooster van de zusters Clarissen, eerder in de oorlog. De Clarissen waren eigenlijk slotzusters die - ook toen hun klooster in lichterlaaie stond - het gebouw niet wilden verlaten. De pastoor en de burgemeester moesten eraan te pas komen om hen naar buiten te krijgen. Ze hebben toen ook een paar dagen in de jeugdherberg gelogeerd.”

De heer Sterck had een joodse vriend. Hij heeft gezien hoe hij en zijn familie met het koffer en een plunjezak voor hun huis stonden. “Ik liep langs hen. Die smekende blik om hulp staat nog vers op mijn netvlies, die vergeet ik nooit.”

“In september 1944 kwamen mensen uit Vaals mij vertellen dat de Amerikanen op het Drielandenpunt waren aangekomen. Als bewijs lieten ze Amerikaanse sigaretten zien die ze van hen hadden gekregen. Doordat de aanvoer de snelle opmars van de geallieerden niet kon bijhouden en de sterke Duitse verdedigingslinie bij de Schneeberg net over de grens hen toch wel voorzichtig maakten, hielden de geallieerden halt. Daardoor was Vaals, waaruit de Duitsers zich hadden teruggetrokken, opeens niemandsland geworden, een situatie die vijf weken geduurd heeft. 

“’s Nachts werd er door zowel Amerikaanse als Duitse patrouilles in Vaals gevochten. De jeugdherberg lag dicht bij de Schneeberg en eigenlijk in het schootsveld van beide partijen. Daarom zijn we tot aan de definitieve bevrijding bij kennissen op de Maastrichterlaan gaan logeren.”

In de tijd van het niemandsland was de (NSB-)burgemeester vertrokken. Hub Hermans heeft toen het heft overgenomen en vooral eten geregeld voor de allerarmsten. Hij ging onder andere naar de (Duitse) zusters in Bloemendal en vroeg een gedeelte van hun voorraad op. Ook ging hij naar melkboeren en afhankelijk van het aantal koeien dat ze hadden, vroeg hij om een bepaalde hoeveelheid melk die ten goede kwam aan de armere inwoners.

“Tijdens de oorlog en bevrijding is er de halve tijd geen school geweest. De ene keer waren de ruiten stuk en dan weer waren er geen kolen of logeerden er soldaten in het gebouw. Die lagen overigens ook in de jeugdherberg en de nabij gelegen textielfabriek.”  

“Toen Vaals bevrijd was, brachten de Amerikanen hun kapotte voertuigen naar de LTM-garage aan de Maastrichterlaan om ze daar door 14 Amerikaanse monteurs te laten repareren. De meesten van deze monteurs logeerden bij ons in de herberg. In de Seffenterstraat was hun veldkeuken. Wat daar aan eten over was, kon door inwoners van Vaals worden afgehaald. Er stonden vaak lange rijen wachtenden. Van de Amerikanen kregen we niet alleen kauwgom en sigaretten maar ook bananen en sinaasappelen.” 

De heer Sterck eindigt met de opmerking dat we weinig van het oorlogsleed geleerd hebben, afgaande op hetgeen er nu in Oekraïne en Gaza gebeurt.
 

0900 777 4 777

+