Henri Dunantstraat 3
6419PB Heerlen
0900 777 4 777
servicebureau@sevagram.nl
Sevagram
...omdat de kern van Vaals niet bereikbaar was, werden de aardappelen afgeleverd bij kasteel Vaalsbroek...
De heer Sjeng Gorissen werd in 1927 geboren op de Bocholtzerheide waar hij ten tijde van de oorlog en bevrijding nog steeds woonde. Hij volgde de mulo in Schaesberg vanwaar hij vaak te voet naar Bocholtz moest als de bus naar Heerlen weer eens overvol was. Mede daardoor en door de oorlog heeft hij de mulo niet afgemaakt. Hij stapte over naar de Handelsschool.
Zijn ouders hadden een café annex winkel en handelden in groente, fruit en aardappelen. Voor de handel hadden zij een Chevroletvrachtwagen uit 1938 aangeschaft. Deze auto heeft praktisch de hele Tweede Wereldoorlog gelopen, eerst op benzine maar toen die schaars werd, hebben ze hem laten ombouwen op gas. Er waren twee plaatsen waar dat gas getankt kon worden; één in Vaals en een in Lutterade (Geleen). Die laatste plaats werd aangedaan op weg naar de groenteveiling in Venlo.
De firma Gorissen had tijdens de oorlog als taak om de hele zuidoosthoek van Limburg van aardappelen te voorzien. Die kwamen aan op het station van Simpelveld waar de firma Gorissen ze in de vrachtwagen en twee karren met paarden moest laden en vervoeren. Daarvoor had Gorissen enkele mannen in dienst.
De paarden werden ingezet op de vlakkere gebieden (Simpelveld, Bocholtz, Eys, etc.), de vrachtwagen moest naar de heuvelachtigere plaatsen, waaronder Gulpen, Wittem, Lemiers, Vijlen en vooral Vaals.
Tijdens de oorlog verliep de bevoorrading van noodzakelijke levensmiddelen via het distributiesysteem. Volgens de heer Gorissen ging dit als volgt: De mensen kregen de distributiebonnen via het distributiekantoor. Zij leverden deze bonnen in bij de winkels waar zij de aangegeven goederen konden krijgen. De winkels leverden deze bonnen weer in op het distributiekantoor dat de aardappelhandelaar voorzag van een bewijs dat hij in Heerlen op het hoofdkantoor van de VBNA (Vereniging ter Behartiging van den Nederlandschen Aardappelhandel) moest inleveren. Daar kreeg Gorissen de opdracht om op basis van de bonnen de aardappelen te verdelen.
Tegen het eind van de Duitse bezetting bezorgde een Duitse ordonnans (lees: militair) op kermismaandag een briefje waarop stond dat de vrachtauto ingeleverd moest worden. Vader Gorissen liet weten ziek te zijn en de boodschapper niet te kunnen ontvangen. Na overleg met het verzet heeft hij toch zelf de auto richting Nijswiller gebracht waar het verzet hem ‘in beslag’ nam om hem vervolgens op kasteel De Bongerd onder het stro te verbergen.
Niet veel later sloegen vluchtende Duitse soldaten daar hun kampement in en rond de weilanden van het kasteel op. Sommigen sliepen zelfs in het stro waaronder de vrachtwagen verborgen stond. In die tijd moest de toen 17-jarige Sjeng regelmatig gaan kijken of de Duitsers er nog lagen.
In de tijd dat Vaals niemandsland was, was Bocholtz al bevrijd. De auto kwam onder het stro vandaan en de bevoorrading met aardappelen van zuidoostelijk Limburg werd hervat. Zo ook de bevoorrading van Vaals. Maar omdat de kern van Vaals niet bereikbaar was, werden de aardappelen afgeleverd bij het reeds bevrijde kasteel Vaalsbroek. Daar werden ze door de hongerige Vaalsenaren met kruiwagens, kinderwagens, enz. opgehaald. Zonder gevaar was zo’n ritje naar Vaals niet. De vrachtwagen is ook een keer door de Duitsers beschoten waarbij een kogel dwars door de cabine vloog waar vier personen in zaten.
De heer Gorissen vertelt verder als anekdote dat hij naar Kokkelmans op de Baenheide werd gestuurd om brood te halen. Daarvoor nam hij een kleine fiets en trok een korte broek aan in de veronderstelling dat de Duitsers hem dit fietsje niet zouden afnemen. Voor de woning van schoolkameraad Sjef Jansen werd hij door Duitsers tegengehouden en moest hij het fietsje afstaan. Dat werd op een vrachtwagen geladen en Sjeng liep naar huis. De schoolkameraad die dit alles had gezien vroeg aan de Duitsers wat ze met zo’n klein fietsje wilden. Daarop kwam een hoofdman naar buiten en zei dat het fietsje inderdaad te klein was. Hij gaf het aan Sjef Jansen die het weer bij Gorissen terugbezorgde.
Over de bevrijding van Bocholtz weet de heer Gorissen te vertellen dat de Duitsers vanaf Oirsbach herhaaldelijk op de Kerktoren schoten omdat ze die beschouwden als een uitkijkpost. Zelf was de heer Gorissen een keer onderweg op zijn fiets toen hij het fluiten van een granaat hoorde. Hij sprong van de fiets af en ging achter een muurtje liggen. Dat heeft hem beschermd tegen de granaat die enkele tientallen meters van hem vandaan insloeg.
Op de eerste Amerikaanse tanks die het dorp binnenreden, zat een aantal mannen uit Nijswiller die hen meedeelden dat ze hen kwamen bevrijden. Omdat Bocholtz aan de Duitse grens ligt, hebben de Amerikanen hier enkele weken gebivakkeerd, ook in het café van de familie Gorissen. Met enkelen van hen heeft de familie nog jarenlang contact gehad.
Sjeng herinnert zich dat er wel zes militaire voertuigen (tanks en pantserauto’s) rondom hun huis stonden, zowel in de schuur, in het ‘lager’, het ‘sjop’ alsook achter het huis.
Schuin tegenover was de gaarkeuken, maar genuttigd werden de maaltijden in het café, waar ook geslapen werd.
In de tijd van de bevrijding draaiden de brouwerijen nog niet. Voordeel van de inkwartiering was dat de Amerikanen zelf zorgden voor de aanvulling van bier dat in België werd gehaald. Immers, in de oorlog was de bierlevering vaak kritisch. “Er was bier of er was geen bier”. Aan schnaps was blijkbaar nog moeilijker te komen. Volgens de heer Gorissen is het bier nooit op de bon geweest.
Verder ziet hij nog steeds de enorme voorraad munitie liggen op de ligusterhagen langs de weg van Nijswiller naar Bocholtz.
Met het Ardennenoffensief rond kerstmis 1944 eindigde plotseling de aanwezigheid van de Amerikanen. Eén van de ingekwartierde soldaten is later nog eens teruggekeerd naar Bocholtzerheide omdat hij daar een vriendin had. Hij vertelde dat er veel kameraden waren gesneuveld in de Ardennen.
0900 777 4 777